Uitzendbranche en payrolling. Werkt u met uitzendkrachten, dan geldt het belemmeringsverbod van artikel 9a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Een beding dat de uitzendkracht verhindert om na afloop van de terbeschikkingstelling bij de inlener in dienst te treden, is nietig. Het uitzendbureau mag wel een redelijke vergoeding van de inlener bedingen.
Zzp'ers en opdrachtnemers. Bij een overeenkomst van opdracht is artikel 7:653 BW niet van toepassing en toetst de rechter een non-concurrentieafspraak aan de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 lid 2 BW. Wordt de opdrachtrelatie, met de maatstaf uit HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo), alsnog als arbeidsovereenkomst gekwalificeerd, dan wordt het beding getoetst aan de strengere arbeidsrechtelijke eisen. Neem voor deze relaties een relatiebeding op in de opdrachtovereenkomst zelf en gebruik geen arbeidsrechtelijk concurrentiebeding.
Cao-sectoren. Sommige cao's stellen aanvullende eisen aan een concurrentiebeding of beperken de duur ervan. Zijn werkgever en werknemer aan de cao gebonden, of is de cao algemeen verbindend verklaard, dan is een individueel beding dat daarmee in strijd is nietig op grond van artikel 12 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst. Controleer dus vooraf of uw cao bepalingen over non-concurrentie bevat.
Internationale arbeidsovereenkomsten. Werkt de werknemer gewoonlijk in een ander land, dan kan een rechtskeuze voor Nederlands recht hem volgens artikel 8 Rome I-Verordening niet de bescherming ontnemen van het dwingende recht van dat land. Duitsland vereist bijvoorbeeld op grond van § 74 Handelsgesetzbuch een vergoeding van ten minste de helft van de laatst genoten contractuele beloning, anders bindt het beding de werknemer niet.