Aandeelhoudersbesluit BV opstellen
Model voor besluitvorming buiten vergadering conform artikel 2:238 BW, met aandeelhoudersregister volgens artikel 2:194 BW. Word en PDF.
Een bedrijf oprichten in Nederland lijkt vaak vooral een administratieve klus. Tot de eerste discussie ontstaat over geld, zeggenschap of vertrek van een mede-oprichter. Dan blijkt pas hoe duur “we regelen dat later wel” kan zijn. Met de juiste oprichtingsdocumenten legt u vast wie wat inbrengt, wie beslist en wat er gebeurt als plannen veranderen.
Bij een BV komt daar nog iets bij: de oprichting zelf moet via de notaris, met een notariële akte en statuten (art. 2:175 BW). Toch kunt u veel voorbereiden met goede concepten en afspraken, zodat u bij de notaris niet improviserend aan tafel zit.
Model voor besluitvorming buiten vergadering conform artikel 2:238 BW, met aandeelhoudersregister volgens artikel 2:194 BW. Word en PDF.
Model aandeelhoudersovereenkomst afgestemd op Boek 2 BW en de Wet flex-bv. Sluit aan op uw statuten: aanbiedingsplicht, drag along, dividend, deadlock.
Concept-statuten conform Boek 2 BW: naam, zetel en doel (art. 2:177), blokkeringsregeling (art. 2:195), belet en ontstentenis. Model in PDF en Word.
Geldleningsovereenkomst dga en eigen bv naar artikel 2:247 BW, artikel 8b Wet Vpb en de Wet excessief lenen. Zakelijke rente, aflossing en zekerheden.
Model maatschapsovereenkomst conform de artikelen 7A:1655 tot en met 7A:1688 BW: inbreng, winstverdeling, aansprakelijkheid, toe- en uittreding van maten.
Model managementovereenkomst holding en werk-BV conform artikel 7:400 BW: opdracht in plaats van dienstverband, schriftelijkheidseis art. 2:247 BW, Word en PDF.
Model samenwerkingsovereenkomst naar Nederlands recht: Boek 6 BW, artikel 7A:1655 BW en het kartelverbod. Beschikbaar in Word en PDF.
Model vof-overeenkomst naar Nederlands recht (art. 15-34 WvK en Boek 7A BW): inbreng, winstverdeling, tekenbevoegdheid en voortzettingsbeding.
U gebruikt deze modellen zodra u met anderen onderneemt, of zodra er echt geld of risico in het spel komt. Denk aan twee vrienden die een softwarebedrijf starten: de een bouwt, de ander verkoopt. In maand drie is er omzet, in maand zes is er een investeerder, en in maand negen wil iemand “even” een medewerker aannemen. Als u dan nog geen afspraken op papier hebt, wordt elke beslissing een onderhandeling.
Ook als u alleen start, hebben modellen nut. Een eenmanszaak is snel ingeschreven, maar opdrachtgevers vragen vaak om duidelijke algemene voorwaarden, een privacyverklaring (AVG/UAVG) of een verwerkersovereenkomst. En als u later toch naar een BV overstapt, wilt u uw structuur en contracten zonder rommel kunnen meenemen.
Bij een BV gebruikt u modellen vaak in de aanloop naar de notaris. U maakt een concept van de statuten, spreekt af hoe aandelen worden verdeeld, en legt in een aandeelhoudersovereenkomst vast wat u niet graag in statuten zet, zoals concurrentie, leaver-clausules of vesting. Eerlijk is eerlijk: de meeste oprichtersruzie begint niet bij het idee, maar bij de onduidelijke spelregels.
Ten slotte zijn deze documenten handig bij groei. Nieuwe aandeelhouder erbij? Manager met optieplan? Of juist een mede-oprichter die eruit wil. Als u dan al een procedure heeft voor overdracht, waardering en besluitvorming, blijft het zakelijk in plaats van persoonlijk.
Voor de BV zit de kern in Boek 2 BW. De oprichting vereist een notariële akte met statuten (art. 2:175 BW). In die statuten regelt u onder meer de naam, zetel, doel en het kapitaal, maar vooral de interne spelregels: besluitvorming, blokkeringsregeling voor overdracht en de bevoegdheden van bestuur en algemene vergadering. De Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht geeft veel vrijheid, maar die vrijheid werkt alleen als u keuzes expliciet maakt.
Een klassieke valkuil: u zet “alles” in een aandeelhoudersovereenkomst en vergeet dat statuten extern doorwerken binnen de vennootschap. Statuten zijn bindend voor de BV en haar organen; een aandeelhoudersovereenkomst bindt vooral de contractspartijen. Als de statuten iets anders zeggen dan uw overeenkomst, wint u niet automatisch op papier. U moet de documenten op elkaar laten aansluiten, anders krijgt u een papieren werkelijkheid die in de praktijk niet te handhaven is.
Nog een punt dat vaak onderschat wordt: bestuurdersaansprakelijkheid en administratie. Als bestuurder moet u een behoorlijke administratie voeren en tijdig de jaarrekening deponeren. Bij problemen kan dat hard terugkomen. En dan zijn er de “bijvangsten” van ondernemen: personeel betekent arbeidsrecht (Boek 7 BW), een bedrijfspand betekent huurrecht (ook Boek 7 BW), en vrijwel elke website of nieuwsbrief betekent AVG/UAVG. Een start zonder basisdocumenten is geen stoer ondernemerschap, het is onnodig risico.
Nee. De BV ontstaat pas door een notariële oprichtingsakte met statuten (art. 2:175 BW). Wat u wel zelf kunt doen, is de voorbereiding: keuzes uitwerken, conceptstatuten bespreken en de aandeelhoudersafspraken netjes vastleggen zodat de notaris efficiënt kan passeren.
Niet altijd, maar vaak wel als er meer dan één aandeelhouder is of als u investeerders verwacht. Statuten zijn publiek en formeler; in een aandeelhoudersovereenkomst zet u juist de praktische afspraken, zoals vesting, good leaver/bad leaver, deadlock-regeling en informatieplichten. Zonder die afspraken wordt “50/50” al snel “50/50 ruzie”.
Bij een eenmanszaak bent u in beginsel privé aansprakelijk voor schulden van de onderneming. Bij een BV is de BV zelf aansprakelijk, maar dat beschermt u niet tegen alles: als bestuurder kunt u onder omstandigheden alsnog aansprakelijk worden, bijvoorbeeld bij onbehoorlijk bestuur of het niet op orde hebben van administratie en deponering.
Als u persoonsgegevens verwerkt (klanten, leads, nieuwsbrief, werknemers), dan ja. Vaak begint het simpel: een goede privacyverklaring en afspraken met leveranciers die voor u data verwerken. Lex specialis bestaat hier niet; de AVG/UAVG geldt ook voor kleine bedrijven, alleen de invulling hangt af van wat u precies doet.