Amsterdam kent een woonruimteverdeling waarin de inschrijfduur bij WoningNet alles bepaalt. Een huurder die een gereguleerde woning opgeeft, verspeelt in de regel zijn opgebouwde positie. In de overeenkomst hoort dus een uitdrukkelijke bepaling over vervangende woonruimte of over een stadsvernieuwingsurgentie. Veel Amsterdamse verhuurders zijn woningcorporaties, dus stichtingen, waarbij het bestuursbesluit tot beëindiging apart wordt vastgelegd met statuten en bestuursbesluiten van stichtingen en verenigingen.
Rotterdam past in aangewezen straten en wijken de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek toe. Voor woningen in die gebieden is een huisvestingsvergunning nodig, met eisen aan inkomen uit werk of een screening. Een huurder die daar vrijwillig vertrekt, kan er niet van uitgaan dat hij later terugkeert, want de vergunning wordt opnieuw getoetst. Neem nooit een terugkeergarantie op zonder voorbehoud van de gemeentelijke vergunning.
Utrecht en Den Haag werken met omzettings- en onttrekkingsvergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014. Wordt de woning na het vertrek gesplitst in kamers of samengevoegd, dan is die vergunning een opschortende voorwaarde die in de tekst thuishoort. Den Haag handhaaft actief op ongeoorloofde kamerverhuur, waardoor een beëindiging die vooruitloopt op een niet vergunde omzetting de verhuurder een bestuurlijke boete kan opleveren.
In de universiteitssteden Groningen, Leiden en Nijmegen speelt het campuscontract van artikel 7:274 lid 4 BW. Verliest de bewoner zijn studentenstatus, dan heeft de verhuurder een eigen opzeggingsgrond, maar bewijslast en termijnen leiden vaak tot vertraging. Een harde vertrekdatum aan het einde van het academisch jaar geeft beide partijen rust. Overal geldt tot slot dezelfde praktische regel: de aangifte van verhuizing doet u vanaf vier weken voor tot uiterlijk vijf dagen na de verhuisdatum.