Vastgoed

Vaststellingsovereenkomst huur | art. 7:900 en 7:902 BW

Beëindigingsovereenkomst woonruimte conform artikel 7:900 BW, met de regels van artikel 7:224 BW over oplevering en 7:261a BW over de waarborgsom.
4.5/528 beoordelingen50 000+ downloadsDirect downloaden
Delen

Een vaststellingsovereenkomst beëindiging huurovereenkomst legt vast dat huurder en verhuurder een lopende huur met wederzijds goedvinden stoppen, tegen een datum en onder voorwaarden die zij samen bepalen. Het document regelt de einddatum, de sleuteloverdracht, de staat van oplevering, de eindafrekening van huur en servicekosten, de waarborgsom en de finale kwijting over en weer. Voor de verhuurder blijven de strikte opzeggingsgronden en de gang naar de kantonrechter daarmee buiten beeld. De huurder krijgt zekerheid over zijn vertrekdatum en over wat er financieel nog openstaat. Wie een huurovereenkomst wil beëindigen zonder procedure heeft aan een zorgvuldige beëindigingsovereenkomst woonruimte veel meer dan aan een losse opzegbrief.

Conform

Nederlands recht 2026

50.000+ klanten

vertrouwen op ons

Voordelig

Vanaf € 4,90 / document

Veilige betaling

Direct downloaden

Vaststellingsovereenkomst huur | art. 7:900 en 7:902 BW

Veilige betaling

Model invullen

Wat is een vaststellingsovereenkomst beëindiging huurovereenkomst?

Juridisch is dit een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW, toegepast op het einde van een huurrelatie. Partijen binden zich aan een nieuwe rechtstoestand: de huur eindigt op de afgesproken dag, met de gevolgen die zij zelf hebben omschreven. Dat onderscheidt het document van een opzegging, die eenzijdig is en aan strenge vormvoorschriften is gebonden, en van ontbinding, waarvoor een tekortkoming en in de regel een vonnis nodig zijn.

In de praktijk lopen twee termen door elkaar. Een beëindigingsovereenkomst regelt in de kern alleen de einddatum en de oplevering. Een vaststellingsovereenkomst gaat verder: zij sluit ook de discussie af over alles wat tussen partijen onzeker of omstreden was, zoals een huurachterstand, schade aan het gehuurde of een geschil over servicekosten. Die finale kwijting is de eigenlijke meerwaarde. Zonder kwijtingsbeding kan een huurder maanden na de sleuteloverdracht alsnog zijn waarborgsom opeisen, of een verhuurder alsnog herstelkosten claimen. De overeenkomst moet zijn gesloten nadat de huur is ingegaan, want een vooraf overeengekomen einde is een verkapte omzeiling van de huurbescherming. U vindt dit model naast de andere modellen voor huurovereenkomsten en opzegbrieven voor woonruimte.

1

Wettelijk kader

De huur van woonruimte kan op drie manieren eindigen: door opzegging, door ontbinding of met wederzijds goedvinden. Dat laatste is uitdrukkelijk erkend in het slotlid van artikel 7:271 BW, dat bepaalt dat het opzeggingsregime niet geldt wanneer de beëindiging met wederzijds goedvinden plaatsvindt nadat de huur is ingegaan. Daarmee vervallen de aangetekende brief, de opzegtermijn van een tot drie maanden voor de huurder, de termijn van drie tot zes maanden voor de verhuurder en de limitatieve opzeggingsgronden van artikel 7:274 BW. De verhuurder ontloopt bovendien artikel 7:272 lid 1 BW, dat een opgezegde huurovereenkomst gewoon laat doorlopen zolang de huurder niet schriftelijk instemt of de rechter geen einddatum vaststelt. De achtergrond staat toegelicht op de voorlichtingspagina van de Rijksoverheid over huuropzegging door de verhuurder.

De kracht van het document komt uit artikel 7:902 BW. Een vaststelling ter beëindiging van onzekerheid of geschil op vermogensrechtelijk gebied is ook geldig als zij in strijd blijkt met dwingend recht, tenzij zij naar inhoud of strekking in strijd komt met de goede zeden of de openbare orde. Huurbescherming is dwingend recht, en toch kan de huurder er in dit kader afstand van doen. De grens ligt bij bewuste omzeiling: een overeenkomst die alleen dient om de huurbescherming buiten werking te stellen zonder dat er een echt geschil speelde, riskeert nietigheid op grond van artikel 3:40 BW.

Een aantal bepalingen blijft onverkort gelden. De oplevering wordt beheerst door artikel 7:224 BW: is bij aanvang een beschrijving van het gehuurde opgemaakt, dan moet de huurder in die staat opleveren, behoudens geoorloofde veranderingen en normale slijtage. Ontbreekt zo'n beschrijving, dan wordt de huurder vermoed het gehuurde te hebben ontvangen in de staat waarin het bij het einde verkeert. Voor de waarborgsom geldt artikel 7:261a BW, ingevoerd met de Wet goed verhuurderschap: maximaal twee keer de kale huurprijs, terugbetaling binnen veertien dagen, en binnen dertig dagen als er wordt verrekend. Voor een restschuld gebruikt u daarnaast vaak een ingebrekestelling of een schuldbekentenis.

2

Wanneer heeft u dit document nodig?

De klassieke situatie is de verhuurder die de woning zelf nodig heeft of wil verkopen, maar geen zin heeft in een jaar procederen met onzekere afloop. Een afkoopregeling met een reële vergoeding en een ruime vertrektermijn is dan sneller dan een beëindigingsvordering bij de kantonrechter. Spiegelbeeldig komt de huurder in beeld die tijdens een minimumduur of een lange opzegtermijn eerder weg wil, bijvoorbeeld voor een baan in een andere regio. De verhuurder hoeft daar niet in mee te gaan, en juist daarom wordt zijn instemming schriftelijk vastgelegd.

Een tweede groep gevallen draait om conflicten. Bij een huurachterstand, aanhoudende overlast of ongeoorloofde onderverhuur via een verhuurplatform vervangen partijen de ontbindingsprocedure vaak door een vertrekafspraak met een betalingsregeling. De huurder voorkomt een ontruimingsvonnis, de verhuurder krijgt zekerheid over datum en bedrag. Bij renovatie of sloop wordt gewerkt met een beëindigingsovereenkomst binnen een sociaal plan, waarbij de wettelijke minimumbijdrage in de verhuis- en inrichtingskosten van artikel 7:220 BW het vertrekpunt vormt.

Twee randgevallen verdienen aandacht. Woont er een onderhuurder in zelfstandige woonruimte, dan zet die op grond van artikel 7:269 BW de huur van rechtswege voort tegenover de hoofdverhuurder: een vaststellingsovereenkomst met alleen de hoofdhuurder lost dan niets op. En bij een dienstwoning valt het einde van de huur samen met het einde van het dienstverband, waarvoor u aparte documenten voor het beëindigen van een arbeidsovereenkomst nodig heeft.

3

Belangrijkste bepalingen in ons model

  • De identificatie van alle partijen noemt niet alleen de contractuele huurder, maar ook de echtgenoot of geregistreerde partner die op grond van artikel 7:266 BW van rechtswege medehuurder is, en iedere medehuurder die op grond van artikel 7:267 BW is toegelaten.
  • De einddatum en het tijdstip van de feitelijke ontruiming staan los van elkaar, omdat huur en gebruik niet altijd op dezelfde dag stoppen. Daaraan koppelt het model het uur en de plaats van de sleuteloverdracht.
  • De staat van oplevering verwijst naar de beschrijving die bij aanvang is opgemaakt en somt op welke veranderingen mogen blijven zitten en welke moeten worden verwijderd. Voor- en eindinspectie met fotorapportage zijn verplicht, precies om het bewijsvermoeden van artikel 7:224 lid 2 BW niet tegen u te laten werken.
  • De eindafrekening splitst kale huur, voorschot servicekosten, energieprestatievergoeding en eventuele achterstand uit, met een uiterste betaaldatum en een verzuimregeling.
  • De afwikkeling van de waarborgsom volgt de termijnen van artikel 7:261a BW en benoemt welke posten verrekenbaar zijn. Administratiekosten en boetes mogen niet met de waarborgsom worden verrekend.
  • De finale kwijting is wederkerig geformuleerd en bakent af welke vorderingen erbuiten vallen, bijvoorbeeld verborgen schade die pas na de oplevering aan het licht komt. Aanvullend gebruikt u het opleveringsrapport en de huurkwitantie uit dezelfde rubriek.
4

Regionale aandachtspunten

Amsterdam kent een woonruimteverdeling waarin de inschrijfduur bij WoningNet alles bepaalt. Een huurder die een gereguleerde woning opgeeft, verspeelt in de regel zijn opgebouwde positie. In de overeenkomst hoort dus een uitdrukkelijke bepaling over vervangende woonruimte of over een stadsvernieuwingsurgentie. Veel Amsterdamse verhuurders zijn woningcorporaties, dus stichtingen, waarbij het bestuursbesluit tot beëindiging apart wordt vastgelegd met statuten en bestuursbesluiten van stichtingen en verenigingen.

Rotterdam past in aangewezen straten en wijken de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek toe. Voor woningen in die gebieden is een huisvestingsvergunning nodig, met eisen aan inkomen uit werk of een screening. Een huurder die daar vrijwillig vertrekt, kan er niet van uitgaan dat hij later terugkeert, want de vergunning wordt opnieuw getoetst. Neem nooit een terugkeergarantie op zonder voorbehoud van de gemeentelijke vergunning.

Utrecht en Den Haag werken met omzettings- en onttrekkingsvergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014. Wordt de woning na het vertrek gesplitst in kamers of samengevoegd, dan is die vergunning een opschortende voorwaarde die in de tekst thuishoort. Den Haag handhaaft actief op ongeoorloofde kamerverhuur, waardoor een beëindiging die vooruitloopt op een niet vergunde omzetting de verhuurder een bestuurlijke boete kan opleveren.

In de universiteitssteden Groningen, Leiden en Nijmegen speelt het campuscontract van artikel 7:274 lid 4 BW. Verliest de bewoner zijn studentenstatus, dan heeft de verhuurder een eigen opzeggingsgrond, maar bewijslast en termijnen leiden vaak tot vertraging. Een harde vertrekdatum aan het einde van het academisch jaar geeft beide partijen rust. Overal geldt tot slot dezelfde praktische regel: de aangifte van verhuizing doet u vanaf vier weken voor tot uiterlijk vijf dagen na de verhuisdatum.

5

Hoe stelt u deze vaststellingsovereenkomst op?

U begint met het type woonruimte en met de vraag wie precies partij is, want daarop past het model de medehuurdersbepalingen aan. Vervolgens vult u de gegevens van de lopende huurovereenkomst in: ingangsdatum, kale huur, voorschot servicekosten en de hoogte van de waarborgsom. Op basis van de reden voor het vertrek, een verkoop, een renovatie, een conflict of een verhuizing van de huurder, verschuift de tekst van de kwijtingsclausule en verschijnen de bepalingen over een vergoeding of een betalingsregeling. Daarna legt u de einddatum, de opleverdatum en het tijdstip van de sleuteloverdracht vast. Het onderdeel oplevering vraagt naar de veranderingen die de huurder heeft aangebracht en of die mogen blijven. Tot slot verwerkt u de eindafrekening en de kwijting, waarna u het document als Word en als PDF ontvangt.

6

Veelgemaakte fouten

De meest voorkomende fout is een mondeling akkoord. Beëindiging met wederzijds goedvinden is vormvrij, en juist die vrijheid wordt onderschat: zonder document loopt de betalingsverplichting formeel door, ook als de sleutels al zijn ingeleverd. De tweede fout is het vergeten van een medehuurder. Een echtgenoot of geregistreerde partner is van rechtswege medehuurder en blijft dat, hoe overtuigend de handtekening van de ander ook oogt. Een derde klassieker is een kwijtingsbeding dat volgens de tekst al bij ondertekening werkt, terwijl de oplevering nog moet plaatsvinden; die volgorde moet kloppen, anders staat de verhuurder met lege handen als de woning beschadigd blijkt.

Verder wordt de waarborgsom regelmatig als drukmiddel gebruikt. De termijnen van artikel 7:261a BW zijn hard, en het achterhouden van de som levert een handhavingsgrond op voor de gemeente. Verrekening zonder schriftelijke kostenspecificatie is niet toegestaan. Ten slotte wordt de sociale kant vaak overgeslagen: huurtoeslag stopt per de maand van vertrek, en een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten kan gevolgen hebben voor een bijstandsuitkering.

Belangrijkste punten om te onthouden

KADER BW

Wederzijds goedvinden omzeilt het opzeggingsregime

Met een vaststellingsovereenkomst (art. 7:900 BW) kunnen huurder en verhuurder de huur beëindigen met wederzijds goedvinden na ingang van de huur. Dan gelden de formele opzeggingsregels van art. 7:271 BW niet: geen aangetekende opzeggingsbrief, geen wettelijke opzegtermijnen en geen limitatieve opzeggingsgronden. Dat geeft de verhuurder vaak een route zonder kantonrechter en geeft de huurder een vaste vertrekdatum.

FINALITEIT

Finale kwijting sluit latere claims af

Het verschil met een simpele beëindigingsovereenkomst zit in het kwijtingsbeding: een vaststellingsovereenkomst kan onzekerheden of geschillen definitief regelen, zoals huurachterstand, schade of servicekosten. Zonder finale kwijting kan er na de sleuteloverdracht alsnog discussie ontstaan, bijvoorbeeld over herstelkosten of terugbetaling van de waarborgsom. Juist die afrekening en ‘klaar is klaar’ maakt dit document praktisch sterker dan een losse opzegbrief.

RISICO

Let op grens: geen verkapte huurbeschermings-omzeiling

De werking van art. 7:902 BW is ruim: de afspraak kan zelfs standhouden als zij botst met dwingend huurrecht, zolang de inhoud of strekking niet tegen openbare orde of goede zeden ingaat. Maar als het document alleen wordt gebruikt om huurbescherming buitenspel te zetten zonder echt geschil, ligt nietigheid op de loer (art. 3:40 BW). Sluit daarom pas na aanvang van de huur en leg de aanleiding en afspraken concreet vast.

Veelgestelde vragen

Ja. Zodra beide partijen hebben getekend is de overeenkomst bindend op grond van artikel 7:900 BW, en zij mag op grond van artikel 7:902 BW zelfs afwijken van dwingend huurrecht zolang zij een bestaande onzekerheid of een bestaand geschil beëindigt. De rechter toetst wel of er sprake was van een wilsgebrek zoals dwaling, bedrog, bedreiging of misbruik van omstandigheden. Een evenwichtige tekst en een redelijke vertrektermijn maken de overeenkomst in de praktijk vrijwel onaantastbaar.

Ja. Na het invullen ontvangt u de vaststellingsovereenkomst zowel als bewerkbaar Word-bestand als in PDF. De PDF ondertekent en archiveert u. Maak van elk ondertekend exemplaar een scan en bewaar die minimaal vijf jaar, de gebruikelijke verjaringstermijn voor vorderingen uit de huurrelatie. Dezelfde bestandsformaten gelden voor alle modellen in de volledige catalogus met Nederlandse modeldocumenten.

Wettelijk geen enkele. Omdat de opzegtermijnen van artikel 7:271 BW bij beëindiging met wederzijds goedvinden niet gelden, mogen partijen ook een einddatum over twee weken afspreken. In de praktijk werkt een termijn van een tot drie maanden het beste: de huurder heeft tijd om vervangende woonruimte te vinden en de verhuurder houdt zicht op de oplevering. Bij vertrek wegens renovatie of sloop is drie tot zes maanden gebruikelijk.

Nee. De bedenktijd van veertien dagen die het arbeidsrecht kent bij een vaststellingsovereenkomst bestaat in het huurrecht niet. Zodra u tekent bent u gebonden. Dat is precies de reden om zelf een bedenktermijn in de tekst op te nemen, bijvoorbeeld het recht van de huurder om binnen zeven dagen schriftelijk terug te komen op de overeenkomst. Zo'n contractuele bedenktijd is toegestaan en versterkt uw positie als de zaak later toch bij de rechter belandt.

Ja, en dit gaat vaak mis. Een echtgenoot of geregistreerde partner die in de woning zijn hoofdverblijf heeft is op grond van artikel 7:266 BW van rechtswege medehuurder. Hetzelfde geldt voor een samenwoner die op grond van artikel 7:267 BW medehuurder is geworden. Tekent die persoon niet mee, dan eindigt de huur voor hem niet en houdt hij recht op de woning. Laat iedere volwassen bewoner met huurrechten afzonderlijk tekenen.

De verhuurder betaalt de waarborgsom binnen veertien dagen na het einde van de huurovereenkomst terug. Verrekent hij openstaande huur, servicekosten, een energieprestatievergoeding of aantoonbare schade, dan geldt een termijn van dertig dagen en moet hij de huurder schriftelijk informeren met een volledige kostenspecificatie. Die regels staan in artikel 7:261a BW, ingevoerd met de Wet goed verhuurderschap. Neem het rekeningnummer voor de terugbetaling altijd in de overeenkomst op.

Dat hangt af van wat u precies heeft afgesproken. Een finale kwijting die een concreet geschil over de huurprijs of de servicekosten afsluit, houdt in beginsel stand op grond van artikel 7:902 BW. Een kwijting die bij voorbaat elk toekomstig verzoek uitsluit terwijl er nooit een geschil speelde, kan als omzeiling van dwingend huurprijsrecht worden aangemerkt en opzij worden gezet. De Huurcommissie blijft binnen de termijnen van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bevoegd over de eindafrekening servicekosten.

4.5/5

28 geverifieerde beoordelingen · 50 000+ downloads

Vaststellingsovereenkomst huur | art. 7:900 en 7:902 BW
  • Directe toegang tot het document
  • Download als PDF en Word
  • Conform de wetgeving van 2026
  • Gecontroleerd door juristen
Model invullen
Veilige betaling
Bijgewerkt op 6 augustus 2026

Dit vindt u misschien ook interessant

Koopovereenkomst woning opstellen
Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte