Vastgoed

Huurovereenkomst overige bedrijfsruimte (art. 7:230a BW)

Model huurovereenkomst kantoor- en overige bedrijfsruimte conform artikel 7:230a BW: opzegtermijn, ontruimingsbescherming, btw-optie en oplevering via NEN 2580.
4.6/516 beoordelingen50 000+ downloadsDirect downloaden
Delen

Een huurovereenkomst voor kantoor- en overige bedrijfsruimte legt de verhuur vast van ruimte die noch woonruimte is, noch winkel- of horecaruimte: kantoorverdiepingen, loodsen, magazijnen, opslagunits, garageboxen en de meeste praktijkruimten. Het regime staat in artikel 7:230a van het Burgerlijk Wetboek en geeft partijen aanzienlijk meer contractsvrijheid dan bij winkelruimte. Juist daarom is de tekst doorslaggevend: huurprijs, indexering, btw-belaste verhuur, onderhoudsverdeling en opzegtermijn zijn vrijwel volledig onderhandelbaar, en wat niet is opgeschreven bestaat in de praktijk niet. Dit model is bedoeld voor verhuurders, beleggers, vastgoedbeheerders en ondernemers die een sluitende overeenkomst willen vastleggen waarin de wettelijke ontruimingsbescherming correct is verwerkt.

Conform

Nederlands recht 2026

50.000+ klanten

vertrouwen op ons

Voordelig

Vanaf € 4,90 / document

Veilige betaling

Direct downloaden

Huurovereenkomst overige bedrijfsruimte (art. 7:230a BW)

Veilige betaling

Model invullen

Wat is een huurovereenkomst kantoor- en overige bedrijfsruimte?

De wet definieert deze categorie negatief. Artikel 7:230a BW spreekt over een gebouwde onroerende zaak die noch woonruimte, noch bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW is. Alles buiten die twee beschermde regimes komt hier terecht: kantoren, distributiehallen, koelopslag, ateliers, laboratoria, bedrijfsunits, parkeergarages en de praktijkruimte van een fysiotherapeut, tandarts of accountant. De verzamelnaam in de markt is overige bedrijfsruimte, of kortweg 230a-ruimte. Voor woningen en appartementen geldt een volstrekt ander regime, met eigen modellen in onze documenten voor vastgoed en verhuur in Nederland.

Het onderscheid met artikel 7:290 BW bepaalt de hele contractuele architectuur. Onder 290 vallen winkels, horeca, afhaal- en besteldiensten en ambachtsbedrijven met een voor het publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken of voor dienstverlening. Die huurders krijgen termijnbescherming van vijf plus vijf jaar, huurprijsherziening via artikel 7:303 BW en een gesloten lijst opzeggingsgronden. Een huurder van 230a-ruimte krijgt daarvan niets. Hij houdt ontruimingsbescherming over, en verder wat hij heeft bedongen. Bij gemengd gebruik beslist het hoofdzaakcriterium: verhuurt u 400 m2 magazijn met 40 m2 showroom, dan blijft het 230a, maar kantelt het zwaartepunt naar de publieksruimte, dan zit u in het veel strengere winkelregime.

1

Wettelijk kader

De algemene huurbepalingen van titel 7.4 BW gelden onverkort: de verhuurder verhelpt gebreken (artikel 7:206 BW) en de huurder levert bij het einde op in de vastgelegde staat (artikel 7:224 BW). Anders dan bij woonruimte zijn die bepalingen hier grotendeels van regelend recht, en de gangbare modellen wijken er stelselmatig van af. Eén grens is hard: volgens artikel 7:209 BW kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken voor gebreken die de verhuurder bij het aangaan kende of had behoren te kennen.

De duur volgt artikel 7:228 BW. Een huur voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege zodra die tijd is verstreken. Bij onbepaalde tijd eindigt de huur door opzegging tegen een voor huurbetaling overeengekomen dag, met een termijn van ten minste één maand. Die maand is een bodem en geen norm: in de kantorenmarkt is zes tot twaalf maanden gebruikelijk. Wordt het gebruik daarna stilzwijgend voortgezet, dan loopt de overeenkomst op grond van artikel 7:230 BW voor onbepaalde tijd door.

Het hart van het regime is de ontruimingsbescherming, en die is dwingend: artikel 7:230a lid 9 BW sluit afwijking ten nadele van de huurder uit. Zegt de verhuurder op, dan zegt hij daarnaast schriftelijk de ontruiming aan tegen een datum die niet vóór het einde van de huur ligt. Vanaf die datum is de ontruimingsplicht twee maanden van rechtswege geschorst, en binnen diezelfde twee maanden kan de huurder de kantonrechter verzoeken de termijn te verlengen tot ten hoogste één jaar na het einde van de overeenkomst. Dat verzoek kan nog tweemaal worden herhaald. In het uiterste geval blijft de huurder drie jaar na het einde van de huur in het pand. Toewijzing volgt alleen als zijn belangen ernstiger worden geschaad dan die van de verhuurder. De bescherming ontbreekt wanneer de huurder zelf heeft opgezegd, met beëindiging heeft ingestemd of wegens wanprestatie tot ontruiming is veroordeeld (artikel 7:230a lid 2 BW). Ontbinding loopt via de rechter (artikel 7:231 lid 1 BW), na een ingebrekestelling uit onze modellen voor dagelijkse juridische zaken.

Twee regimes buiten het BW werken door: de optie voor btw-belaste verhuur uit artikel 11 lid 1 onderdeel b onder 5 Wet op de omzetbelasting 1968 en het gebruiksverbod voor kantoren zonder energielabel C uit artikel 3.87 Besluit bouwwerken leefomgeving. De wettekst raadpleegt u in de officiële versie van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op wetten.overheid.nl.

2

Wanneer heeft u dit contract nodig?

De meest voorkomende situatie is verhuur van een zelfstandige kantoorverdieping of kantoorunit aan een onderneming die er haar administratie of dienstverlening onderbrengt. Daarnaast dekt dit model de logistieke keten: loodsen, distributiehallen, koelopslag en de kleinere bedrijfsunits en garageboxen die bedrijventerreinen vullen. Praktijkruimte vormt de derde groep. Een tandarts, fysiotherapeut, advocaat of accountant ontvangt weliswaar publiek, maar levert geen roerende zaken en valt daarom in de regel onder 230a en niet onder het winkelregime.

Twee randgevallen gaan in de praktijk het vaakst mis. Het eerste is het woongedeelte boven de bedrijfsruimte: zodra een deel van het gehuurde als zelfstandige woonruimte wordt gebruikt, dreigt voor dat deel het dwingende woonruimteregime met volledige huurbescherming, en dan is één overeenkomst voor het geheel een kostbare vergissing. Het tweede is korte verhuur. Bij winkelruimte biedt artikel 7:301 BW een uitzondering voor contracten van twee jaar of korter, maar die uitzondering bestaat niet voor overige bedrijfsruimte. Ook een huurder die maar acht maanden in uw loods zit heeft volledige ontruimingsbescherming. Flexibiliteit bouwt u dus in de opzeg- en verlengingsclausules, niet in de looptijd.

3

Belangrijkste bepalingen in ons model

  • De omschrijving van het gehuurde vermeldt adres, kadastrale aanduiding, verdieping of unitnummer en de oppervlakte gemeten volgens NEN 2580. Bij verhuur per vierkante meter is een afwijking van vijf procent al een geschil over de jaarhuur.
  • De contractuele bestemming legt vast waarvoor de ruimte mag worden gebruikt en maakt de huurder verantwoordelijk voor vergunningen en voor de verenigbaarheid met het omgevingsplan. Zonder die clausule draagt de verhuurder het risico van verboden gebruik.
  • De duur, verlenging en opzegging regelen looptijd, verlengingsperioden, opzegtermijn en de wijze van opzeggen per aangetekende brief of deurwaardersexploot, inclusief de verplichte schriftelijke ontruimingsaanzegging waarmee de termijn van artikel 7:230a BW gaat lopen.
  • De huurprijs en indexering koppelen de jaarlijkse aanpassing aan de consumentenprijsindex van het CBS, met reeks en peilmaand. Voor 230a-ruimte bestaat geen wettelijke huurprijsherziening: een ontbrekende indexering bevriest de huur voor de hele looptijd.
  • De btw-clausule legt de gezamenlijke keuze voor belaste verhuur vast, met de verklaring van de huurder dat hij het gehuurde voor ten minste 90 procent gebruikt voor belaste prestaties, zijn boekjaar en de meldplicht binnen vier weken na een boekjaar waarin hij daar niet aan voldoet.
  • De servicekosten onderscheiden voorschot en eindafrekening, met een limitatieve opsomming van leveringen en diensten en een afrekentermijn.
  • De zekerheidstelling biedt de keuze tussen waarborgsom en bankgarantie, doorgaans drie maanden huur inclusief servicekosten en btw, met aanvullingsplicht na uitwinning.
  • De onderhoudsverdeling en oplevering wijzen casco en installaties toe aan de verhuurder en het inpandige onderhoud aan de huurder, gekoppeld aan een proces-verbaal van oplevering bij aanvang.
4

Regionale aandachtspunten

Amsterdam en de Metropoolregio kennen twee complicaties. Vrijwel de hele stad ligt op gemeentelijke erfpacht, en canonherzieningen worden regelmatig doorbelast; zonder clausule over lasten en heffingen ontstaat daar discussie. Daarnaast wordt in de regio actief gehandhaafd op het gebruiksverbod voor kantoren zonder energielabel C. Verhuurders op de Zuidas en in Sloterdijk anticiperen op transformatie naar woningbouw en willen korte looptijden, terwijl de huurder zijn ontruimingsbescherming wil vasthouden.

Rotterdam en het havengebied draaien om logistiek en opslag. Terreinen in de haven worden veelal in erfpacht uitgegeven, waardoor de hoofdverhuurder gebonden is aan voorwaarden die hij doorlegt. Voor opslag van gevaarlijke stoffen gelden onder de Omgevingswet vergunningplichten voor milieubelastende activiteiten en de PGS-richtlijnen. Neem in de bestemmingsclausule op welke stoffen en hoeveelheden zijn toegestaan, en wie de vergunning aanvraagt.

Noord-Brabant en de Brainportregio leveren een ander type geschil op. Rond Eindhoven en Helmond wordt veel gewerkt met bedrijfsverzamelgebouwen, gedeelde laboratoria en flexibele R&D-ruimte waarin de gebruiker geen exclusief gebruik heeft van een afgebakende ruimte. Loopt de afspraak uit op medegebruik met wisselende plekken, dan is de kwalificatie als huur discutabel. Stem de overeenkomst af op de oprichtingsdocumenten en statuten voor een nieuwe onderneming wanneer u er ook een vestigingsadres inschrijft.

Groningen en Noord-Nederland hebben te maken met de versterkingsoperatie na de gaswinning. Werkzaamheden aan het casco duren soms maanden en beperken het gebruik van kantoren en bedrijfshallen zwaar. De huurder moet op grond van artikel 7:220 BW dringende werkzaamheden gedogen, maar wie de bedrijfsschade draagt is niet wettelijk geregeld. Leg dat vooraf vast met een huurkortingsformule.

5

Zo stelt u deze huurovereenkomst op

U begint met het type ruimte, want die keuze stuurt de rest van het formulier: kiest u kantoor, opslag of praktijkruimte, dan past het model de bestemmingsclausule en de onderhoudsmatrix daarop aan. Vervolgens vult u beide partijen in, inclusief KVK-nummer, statutaire zetel en de naam van de tekenbevoegde bestuurder, en daarna adres, kadastrale aanduiding en oppervlakte van het gehuurde. In het derde blok legt u looptijd, verlengingsperiode en opzegtermijn vast, waarna het model de verplichte ontruimingsaanzegging opneemt. Het financiële blok vraagt om huurprijs, betalingstermijn, indexeringsmaand en de keuze voor btw-belaste verhuur; kiest u daarvoor, dan verschijnt de verklaring over het 90 procent-criterium met het boekjaar van de huurder. Tot slot volgen zekerheidstelling en servicekosten. Het resultaat downloadt u als Word en PDF, klaar om te ondertekenen. Andere modellen voor uw onderneming staan in het volledige overzicht van juridische documenten voor Nederland.

6

Veelgemaakte fouten

De kostbaarste fout is de verkeerde kwalificatie. Een verhuurder die een showroom met balie als 230a-ruimte verhuurt, ontdekt pas bij de opzegging dat de kantonrechter het pand onder artikel 7:290 BW schaart en dat de huurder termijnbescherming heeft. Daarna volgt de opzegging zelf: opzeggen zonder gelijktijdig schriftelijk de ontruiming aan te zeggen laat de wettelijke termijn niet lopen, waardoor de verhuurder maanden verliest. Even hardnekkig is de poging de ontruimingsbescherming weg te schrijven, een beding dat nietig is op grond van artikel 7:230a lid 9 BW.

Aan de financiële kant zijn er drie klassiekers. De btw-optie wordt vastgelegd zonder kadastrale aanduiding, zonder boekjaar van de huurder of zonder de 90 procent-verklaring, met als gevolg dat de optie vervalt en de verhuurder afgetrokken voorbelasting binnen de herzieningsperiode moet terugbetalen. De indexeringsclausule ontbreekt of verwijst naar een reeks die het CBS niet meer publiceert. En het proces-verbaal van oplevering wordt overgeslagen, waarna bij het einde niemand kan aantonen welke schade er al was. Maak foto's op de dag van sleuteloverdracht en hecht ze aan het contract. Verhuurt u meerdere units, leg dan aanvullende afspraken vast in algemene voorwaarden en andere modellen voor bedrijfsbeheer.

Belangrijkste punten om te onthouden

RECHTSREGIME

230a-ruimte geeft veel contractvrijheid

Deze huurovereenkomst geldt voor kantoor- en overige bedrijfsruimte die niet onder woonruimte en niet onder art. 7:290 BW (winkel/horeca) valt. Daardoor is er geen 5+5-jaarstermijnbescherming of het 290-regime met vaste opzeggingsgronden; wat u afspreekt in de tekst stuurt de uitkomst. Let bij gemengd gebruik op het hoofdzaakcriterium: verschuift het zwaartepunt naar publieksruimte, dan kan het strengere 290-regime gaan gelden.

OPZEGGING

Duur en opzegtermijn zijn onderhandelbaar

De looptijd volgt art. 7:228 BW: bepaalde tijd eindigt van rechtswege, onbepaalde tijd eindigt door opzegging tegen een overeengekomen betalingsdag met minimaal één maand opzegtermijn. Die maand is de bodem; in de kantorenmarkt wordt vaak 6 tot 12 maanden afgesproken. Loopt het gebruik na afloop stilzwijgend door, dan wordt de huur op grond van art. 7:230 BW doorgaans voortgezet voor onbepaalde tijd.

ONTRUIMING

Ontruimingsbescherming kan tot drie jaar lopen

Het kernvangnet voor de huurder is de ontruimingsbescherming van art. 7:230a BW. Na opzegging moet de verhuurder ook schriftelijk ontruiming aanzeggen tegen een datum die niet vóór het einde van de huur ligt. Vanaf die datum is de ontruiming twee maanden automatisch geschorst, en binnen diezelfde twee maanden kan de huurder de kantonrechter om verlenging vragen tot maximaal één jaar. Dat kan nog twee keer, waardoor u in het uiterste geval pas na drie jaar kunt ontruimen.

Veelgestelde vragen

Ja. Voor huur van bedrijfsruimte geldt geen vormvereiste: de overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, en het schriftelijke stuk dient als bewijs. Zodra beide partijen tekenen is het contract afdwingbaar voor de rechter. Het model volgt titel 7.4 BW en verwerkt de dwingende bepalingen, waaronder de ontruimingsbescherming van artikel 7:230a BW. Laat tekenen door wie blijkens het handelsregister bevoegd is.

Nee. Artikel 7:230a lid 9 BW verklaart het artikel dwingend ten gunste van de huurder, dus een beding waarin hij vooraf afstand doet is nietig. De bescherming vervalt wel als de huurder zelf opzegt, na de opzegging uitdrukkelijk instemt met beëindiging, of wegens wanprestatie tot ontruiming wordt veroordeeld. Vandaar dat partijen werken met een beëindigingsovereenkomst op het moment dat de huur eindigt.

Bij bepaalde tijd is opzegging in beginsel niet nodig, want de huur eindigt van rechtswege na afloop van de termijn (artikel 7:228 lid 1 BW). Spreken partijen toch opzegging af, dan geldt de contractuele termijn. Bij onbepaalde tijd schrijft artikel 7:228 lid 2 BW een minimum van één maand voor, tegen een voor huurbetaling overeengekomen dag. In de markt is zes tot twaalf maanden gangbaar voor kantoren en drie tot zes voor opslag. Zeg aangetekend of per exploot op.

Verhuur is in beginsel vrijgesteld van btw. Partijen kunnen samen kiezen voor belaste verhuur als de huurder het gehuurde voor ten minste 90 procent gebruikt voor prestaties met recht op aftrek; voor onder meer makelaars en reisbureaus geldt 70 procent. De keuze legt u vast in de huurovereenkomst zelf, met kadastrale aanduiding, het boekjaar van de huurder en zijn verklaring dat hij eraan voldoet. Vervalt dat later, dan meldt hij het binnen vier weken.

U ontvangt de huurovereenkomst als Word-bestand en als PDF. In het Word-bestand voegt u de bijlagen toe: plattegrond, meetstaat volgens NEN 2580, lijst met leveringen en diensten en het proces-verbaal van oplevering. De PDF stuurt u rond voor ondertekening, digitaal of op papier. Beide bestanden blijven in uw account beschikbaar.

Nee. Notariële vastlegging is niet vereist en er bestaat geen registratieplicht bij het Kadaster of de Belastingdienst. Een onderhandse akte, ondertekend door bevoegde vertegenwoordigers, volstaat. Wordt het pand verkocht, dan blijft de huur in stand: artikel 7:226 BW legt de rechten en verplichtingen van de verhuurder op de koper. Verenigingen en stichtingen letten erop dat de tekenbevoegdheid aansluit bij hun statuten en bestuursdocumenten voor verenigingen en stichtingen.

Blijft de huurder het pand met medeweten van de verhuurder gebruiken nadat de termijn is verstreken, dan wordt de huur op grond van artikel 7:230 BW voortgezet voor onbepaalde tijd, tegen dezelfde voorwaarden. De verhuurder moet dan alsnog opzeggen en opnieuw de ontruiming aanzeggen. Wie dat wil voorkomen accepteert na de einddatum geen huurbetalingen zonder voorbehoud.

4.6/5

16 geverifieerde beoordelingen · 50 000+ downloads

Huurovereenkomst overige bedrijfsruimte (art. 7:230a BW)
  • Directe toegang tot het document
  • Download als PDF en Word
  • Conform de wetgeving van 2026
  • Gecontroleerd door juristen
Model invullen
Veilige betaling
Bijgewerkt op 6 augustus 2026

Dit vindt u misschien ook interessant

Huurovereenkomst onzelfstandige woonruimte
Vaststellingsovereenkomst huurbeëindiging