Dagelijkse zaken

Samenlevingscontract model | art. 6:213 en 4:126 BW

Onderhands samenlevingscontract naar Nederlands recht: kostenverdeling, goederenlijst en verblijvingsbeding als quasi-legaat (art. 4:126 BW). Word en PDF.
4.7/519 beoordelingen50 000+ downloadsDirect downloaden
Delen

Een samenlevingscontract legt vast wie wat betaalt, van wie welke spullen zijn en wat er gebeurt als de relatie eindigt of een van beiden overlijdt. Ongehuwd samenwonenden hebben geen wettelijk vangnet: het huwelijksvermogensrecht van Boek 1 BW geldt niet voor hen en de wet wijst hen niet aan als elkaars erfgenaam. Alles wat u samen wilt regelen, moet u zelf opschrijven. Dit onderhandse model is geschreven naar Nederlands verbintenissenrecht en dekt de verdeling van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding, de eigendom van gezamenlijke goederen, een verblijvingsbeding bij overlijden en een volledige regeling bij beëindiging van de samenwoning. U vult het in, ondertekent samen en beschikt daarmee over een afdwingbare afspraak zonder gang naar de notaris.

Conform

Nederlands recht 2026

50.000+ klanten

vertrouwen op ons

Voordelig

Vanaf € 4,90 / document

Veilige betaling

Direct downloaden

Samenlevingscontract model | art. 6:213 en 4:126 BW

Veilige betaling

Model invullen

Wat is een samenlevingscontract?

Een samenlevingscontract is een obligatoire overeenkomst tussen twee meerderjarigen die een gemeenschappelijke huishouding voeren zonder te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan. Juridisch is het een gewone overeenkomst in de zin van artikel 6:213 BW: zij is in beginsel vormvrij en wordt begrensd door de wet, de openbare orde en de goede zeden. Geen enkele titel van het Burgerlijk Wetboek regelt de samenlevingsovereenkomst afzonderlijk, en juist daarom moet de tekst zorgvuldig worden opgesteld. Wat u niet afspreekt, is niet geregeld. De rechter valt bij een geschil terug op Boek 3 en Boek 6 BW, aangevuld met de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 lid 1 BW, en die aanvulling pakt zelden uit zoals beide partners verwachtten.

Verwar het contract niet met een samenlevingsverklaring, de korte verklaring waarin twee mensen bevestigen dat zij samenwonen en voor elkaar zorgen. Een samenlevingscontract gaat verder: het regelt vermogen, kosten, bewijs van eigendom en afwikkeling. Samenwonenden krijgen geen gemeenschap van goederen, geen wettelijk erfrecht en geen recht op partneralimentatie. Wie die gevolgen wel wil, creëert ze contractueel of laat aanvullend een testament maken. Bij onze modellen voor dagelijkse juridische zaken vindt u de documenten die daarbij horen.

1

Juridisch kader

De samenlevingsovereenkomst leunt op drie pijlers: het verbintenissenrecht, het gemeenschapsrecht en het fiscale partnerbegrip. Omdat zij vormvrij is, levert een door beide partners ondertekende onderhandse akte tussen hen dwingende bewijskracht op voor de opgenomen verklaringen (artikel 157 lid 2 Rv). Dat is het fundament van dit document: wie later beweert dat de boedelverdeling anders luidde, draagt de bewijslast. Goederen die u samen aanschaft vallen onder de eenvoudige gemeenschap van artikel 3:166 BW; bij beëindiging geldt de verdelingsregeling van artikel 3:182 BW en volgende, en kan de rechter de verdeling vaststellen (artikel 3:185 BW).

Op het gebied van onderhoud en overlijden is de wet streng. De wederzijdse onderhoudsverplichting van artikel 1:81 BW geldt uitsluitend voor echtgenoten, en partneralimentatie na beëindiging bestaat voor samenwonenden niet. Een samenwonende partner erft niets van rechtswege: Boek 4 BW noemt alleen de echtgenoot, de geregistreerd partner en de bloedverwanten als erfgenaam. Het verblijvingsbeding vangt dat gedeeltelijk op voor gezamenlijke goederen, maar geldt als quasi-legaat in de zin van artikel 4:126 lid 2 sub a BW, waardoor kinderen van de overledene het kunnen laten verminderen zodra hun legitieme portie in het gedrang komt. Voor de partnervrijstelling in de erfbelasting stelt artikel 1a Successiewet 1956 een zwaardere eis: een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgverplichting, gedurende ten minste zes maanden voorafgaand aan het overlijden, tenzij u vijf jaar onafgebroken op hetzelfde adres in de basisregistratie personen staat ingeschreven. De tekst van het partnerbegrip in artikel 1a van de Successiewet 1956 staat op wetten.overheid.nl. Onderschat die drempel niet: rechters hebben notariële contracten al terzijde geschoven omdat de zorgverplichting er niet concreet genoeg in stond.

2

Wanneer heeft u dit document nodig?

De klassieke aanleiding is de gezamenlijke woning. Twee partners kopen samen maar brengen ongelijke bedragen in: de een stort de opbrengst van een vorig huis, de ander lost maandelijks mee af. Zonder vastgelegd vergoedingsrecht ontstaat bij verkoop precies het geschil waar rechtbanken vol mee zitten. Hetzelfde geldt bij een verbouwing van een woning die op naam van één partner staat: investeert u mee zonder afspraak, dan rest u een beroep op ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). Wie samen koopt, laat de afspraken bij voorkeur parallel lopen met de koopovereenkomst voor een woning.

Een tweede situatie is de ongelijke financiële positie. Een partner die minder gaat werken voor de kinderen bouwt minder pensioen op, zonder dat de wet daar iets tegenover stelt. Het contract herstelt die onbalans met een verrekenafspraak of een tijdelijke bijdrage na beëindiging. Ondernemers willen vooral voorkomen dat privévermogen en ondernemingsvermogen door elkaar lopen. Twee minder voor de hand liggende gevallen verdienen aandacht. Samenwoners met een kind regelen hier de bijdrage in de verzorging, terwijl het gezag sinds artikel 1:251b BW al van rechtswege ontstaat door erkenning. En stellen met kinderen uit een eerdere relatie versterken met dit contract de positie van de langstlevende zonder de erfgenamen te passeren.

3

Belangrijke bepalingen in ons model

  • De omschrijving van de gemeenschappelijke huishouding bepaalt wat partijen als huishoudkosten beschouwen: huur of hypotheekrente, energie, boodschappen, verzekeringen en vervoer. De verdeling gebeurt naar rato van de netto-inkomens, met een jaarlijkse peildatum, zodat geen discussie ontstaat of een vakantie of een aanbouw nog onder de gewone kosten valt.
  • Het eigendomsvermoeden met goederenlijst koppelt aan de overeenkomst een bijlage waarin ieder aangeeft welke zaken hij of zij heeft ingebracht. Goederen die op geen van beide lijsten staan gelden als gemeenschappelijk. Zonder deze bepaling geldt de hoofdregel van artikel 3:109 BW en wint doorgaans wie de zaak onder zich houdt.
  • Het verblijvingsbeding deelt bij overlijden alle gezamenlijke goederen toe aan de langstlevende partner. Civielrechtelijk is dit een overeenkomst van verdeling, geen erfrechtelijke beschikking. Voor een woning of ander registergoed blijft daarna een notariële leveringsakte met inschrijving in de openbare registers nodig, zoals artikel 3:89 BW voorschrijft.
  • De regeling over de gezamenlijke rekening legt vast met welk bedrag ieder maandelijks bijdraagt, wie de rekening beheert en wat er bij beëindiging met het saldo gebeurt. Ook spaargeld dat op één naam staat maar uit gezamenlijk inkomen is opgebouwd, komt hier aan de orde.
  • Het beëindigingsartikel beschrijft de opzegging bij aangetekende brief, de termijn waarbinnen de huishouding wordt ontvlochten en wie de woning voorlopig blijft bewonen. Ook het einde van rechtswege bij overlijden of bij een huwelijk tussen partijen wordt geregeld.
  • De aanwijzing voor het partnerpensioen en de verwijzing naar een op te maken testament sluiten het contract af. Beide punten vallen strikt genomen buiten de overeenkomst, maar het model bevat de verklaringen die pensioenuitvoerders in de praktijk verlangen.
4

Aandachtspunten per situatie

Samenwonen in een koopwoning. Staat de woning op beide namen, dan ontstaat een eenvoudige gemeenschap en is ieder in beginsel voor de helft gerechtigd, ongeacht wie het meest heeft betaald. Daar gaat het mis. Wie een fors bedrag eigen geld inbrengt en niets vastlegt, ziet die inbreng bij verkoop verdampen in een verdeling bij helfte. Leg de inbreng vast als nominaal vergoedingsrecht of, beter, als evenredig aandeel in de waardeontwikkeling. Bij een woning op één naam is de ander juridisch niet meer dan medebewoner, hoeveel hij ook aan de hypotheek heeft meebetaald.

Samenwonen in een huurwoning. De partner die niet op het huurcontract staat, kan na twee jaar duurzame gemeenschappelijke huishouding medehuurderschap vragen op grond van artikel 7:267 BW. Het contract is het bewijsstuk waarmee u die duurzaamheid onderbouwt. Overlijdt de huurder, dan mag de achterblijvende partner de huur nog zes maanden voortzetten en moet hij binnen die termijn de rechter om voortzetting verzoeken (artikel 7:268 BW). Wie dat verzuimt, staat op straat. Een huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimte toont welke gegevens u daarvoor nodig heeft.

Samenwonen met kinderen. Het gezag ontstaat van rechtswege bij erkenning, maar de financiële kant blijft contractueel terrein. Kinderalimentatie volgt uit artikel 1:404 BW en is niet vatbaar voor afstand, dus een clausule waarin een ouder daarvan afziet is nietig. Wat u wel vastlegt: de kostenverdeling tijdens de samenwoning en de afspraak dat de zorgregeling bij beëindiging binnen een gestelde termijn op papier komt.

Samenwonen met een eigen onderneming. Ondernemers sluiten uit dat ondernemingsvermogen tot de gemeenschap gaat behoren en leggen vast hoe privéopnamen worden behandeld. Zonder die uitsluiting kan een privéschuld van de ene partner verhaald worden op goederen die de andere partner als de zijne beschouwde. Leent u elkaar geld, dan hoort die afspraak in een aparte geldleningsovereenkomst tussen particulieren met aflossingsschema.

5

Zo stelt u uw samenlevingscontract op

U begint met de persoonsgegevens van beide partners en de datum waarop de gemeenschappelijke huishouding feitelijk is begonnen. Die datum telt mee voor het medehuurderschap en voor de vijfjaarstermijn in de erfbelasting, dus vul hem nauwkeurig in. Daarna kiest u de kostenverdeling: gelijke delen of naar verhouding van het netto-inkomen. Het model past de vervolgvragen aan uw keuze aan en genereert de bijbehorende peildatumbepaling. Vervolgens stelt u de goederenlijst samen. Neem daarin ook zaken op die u vóór de samenwoning al bezat, want juist over de herkomst van meubels, auto's en spaargeld ontstaat discussie.

De laatste stappen betreffen het verblijvingsbeding en de beëindigingsregeling. U geeft aan of het beding op alle gezamenlijke goederen ziet of alleen op de inboedel, en welke opzegtermijn u hanteert. Het document verschijnt daarna in Word en PDF. Onderteken beide exemplaren met de hand, dateer ze en bewaar ieder een origineel. Een verklaring van inwoning is een nuttige aanvulling wanneer een gemeente of verhuurder om bevestiging van de woonsituatie vraagt.

6

Veelgemaakte fouten

De meest voorkomende fout is de aanname dat het contract het erfrecht regelt. Dat doet het niet. Het verblijvingsbeding werkt alleen op goederen die u samen bezit, dus de spaarrekening, het pensioen en de woning op naam van de overledene gaan naar de wettelijke erfgenamen. Een tweede klassieker is de kostenverdeling die niet meebeweegt: stellen leggen bij aanvang een vast maandbedrag vast en herzien dat nooit, ook niet als een van beiden minder gaat werken. Na tien jaar klopt de verhouding niet meer en de tekst wel. Ook blijft de goederenlijst vaak leeg, waardoor het eigendomsvermoeden zijn nut verliest.

Twee fouten kosten direct geld. Partners vergeten elkaar aan te melden bij de pensioenuitvoerder in de veronderstelling dat het contract volstaat; het reglement bepaalt wat vereist is, en zonder correcte aanmelding vervalt het partnerpensioen. En stellen rekenen op de partnervrijstelling in de erfbelasting terwijl zij een onderhands contract hebben en nog geen vijf jaar op hetzelfde adres staan ingeschreven. In dat geval geldt de laagste vrijstelling en het hoogste tarief van tariefgroep III.

7

Veelgestelde vragen

Is een onderhands samenlevingscontract juridisch bindend?

Ja. Een samenlevingscontract is een gewone overeenkomst en de wet stelt daaraan geen vormvereiste, dus een onderhandse akte bindt beide partners volledig. Op grond van artikel 157 lid 2 Rv levert de ondertekende akte tussen partijen zelfs dwingend bewijs op. Voor drie zaken volstaat een onderhands stuk niet: de partnervrijstelling in de erfbelasting vraagt binnen vijf jaar samenwonen om een notariële akte, de levering van een woning verloopt via de notaris, en sommige pensioenreglementen eisen een notarieel contract.

Erft mijn partner automatisch als wij een samenlevingscontract hebben?

Nee. Het Nederlandse erfrecht kent samenwonende partners geen aanspraak toe, ongeacht hoe lang u samenwoont. Het verblijvingsbeding zorgt er alleen voor dat gezamenlijke goederen bij de langstlevende blijven, en zelfs dat beding kan door kinderen van de overledene worden verminderd als hun legitieme portie wordt aangetast. Wilt u dat uw partner werkelijk erft uit uw eigen vermogen, dan is een testament noodzakelijk. Contract en testament vervangen elkaar niet.

In welk formaat ontvang ik het samenlevingscontract?

U ontvangt het document in Word en in PDF. Het Word-bestand gebruikt u om namen, bedragen en de goederenlijst aan te passen of een eigen bepaling toe te voegen. Het PDF-bestand is de definitieve versie die u afdrukt en ondertekent. Maak twee exemplaren, laat beide partners op elke pagina paraferen en op de laatste tekenen, en bewaar ze apart. Bewaar ook de digitale versie: een pensioenuitvoerder of bank vraagt vaak om een scan.

Vanaf wanneer geldt het contract en welke opzegtermijn moet ik aanhouden?

De overeenkomst werkt vanaf de datum van ondertekening, tenzij u een andere ingangsdatum opneemt. Er bestaat geen wettelijke opzegtermijn, dus de termijn die u zelf afspreekt is bepalend. In de praktijk werkt opzegging bij aangetekende brief met een termijn van één maand goed, gevolgd door drie tot zes maanden om de huishouding te ontvlechten en de woning te verkopen of over te nemen. Zonder afgesproken termijn eindigt de samenwoning feitelijk en regelt u de verdeling zelf, desnoods via de rechter.

Geeft dit contract mij recht op het partnerpensioen van mijn partner?

Niet automatisch. Het pensioenreglement van de uitvoerder bepaalt wie als partner geldt en welke stukken worden geaccepteerd. Veel regelingen eisen een notarieel contract, terwijl andere sinds de herziening van het pensioenstelsel genoegen nemen met een onderhandse samenlevingsverklaring. In alle gevallen moet u uw partner actief aanmelden; een contract alleen creëert geen aanspraak. Vraag het reglement op voordat u tekent en verstuur de aanmelding met bevestiging.

Moet ik voor een samenlevingscontract naar de notaris?

Voor de geldigheid tussen u beiden niet. De notaris wordt noodzakelijk zodra fiscale of pensioengevolgen meespelen. Woont u korter dan vijf jaar samen en wilt u de partnervrijstelling in de erfbelasting benutten, dan eist artikel 1a Successiewet 1956 een notariële akte met een concrete wederzijdse zorgverplichting. Hetzelfde geldt vaak voor het partnerpensioen. Speelt geen van beide kwesties, dan volstaat het onderhandse model. In het volledige overzicht van juridische modellen ziet u welke documenten daarbij aansluiten.

Belangrijkste punten om te onthouden

GEEN VANGNET

Alles wat je niet afspreekt bestaat niet

Ongehuwd samenwonen geeft geen huwelijksvermogensrecht (Boek 1 BW), geen wettelijk erfrecht en geen partneralimentatie. Een samenlevingscontract is daarom geen formaliteit maar een gewone overeenkomst (art. 6:213 BW): wat niet op papier staat, is niet geregeld. Bij ruzie vult de rechter dat niet naar jullie bedoeling in, maar via Boek 3 en 6 BW en art. 6:248 lid 1 BW.

BEWIJS

Ondertekenen maakt afspraken afdwingbaar

Dit model is vormvrij en kan onderhands: jullie vullen het in en tekenen samen. Die onderhandse akte levert tussen jullie dwingende bewijskracht op voor wat erin staat (art. 157 lid 2 Rv). Praktisch betekent dit: wie later zegt dat de kostenverdeling of de goederenlijst anders was, krijgt de bewijslast. Voor gezamenlijke aankopen geldt vaak de eenvoudige gemeenschap (art. 3:166 BW).

OVERLIJDEN

Verblijvingsbeding is geen erfgarantie

Een verblijvingsbeding kan regelen dat gezamenlijke goederen bij overlijden bij de langstlevende blijven, maar juridisch kan het als quasi-legaat werken (art. 4:126 lid 2 sub a BW). Kinderen van de overledene kunnen dan inkorting vragen als hun legitieme portie wordt geraakt. Ook fiscaal is er een drempel: voor de partnervrijstelling in de erfbelasting is vaak een notarieel contract met zorgverplichting nodig (art. 1a Successiewet 1956).

4.7/5

19 geverifieerde beoordelingen · 50 000+ downloads

Samenlevingscontract model | art. 6:213 en 4:126 BW
  • Directe toegang tot het document
  • Download als PDF en Word
  • Conform de wetgeving van 2026
  • Gecontroleerd door juristen
Model invullen
Veilige betaling
Bijgewerkt op 12 augustus 2026

Dit vindt u misschien ook interessant

Bezwaarschrift verkeersboete
Klachtbrief gebrekkig product