Dagelijkse zaken

Verklaring van inwoning volgens artikel 2.38 Wet BRP

Model verklaring van inwoning conform de Wet BRP, met de termijn van vijf dagen, de instemming van de verhuurder (art. 7:244 BW) en beide handtekeningen.
4.7/518 beoordelingen50 000+ downloadsDirect downloaden
Delen

Een verklaring van inwoning legt schriftelijk vast dat iemand feitelijk woont op het adres van een ander, met het volledige adres, de ingangsdatum en de handtekening van hoofdbewoner en inwonende. Gemeenten vragen dit stuk bij de aangifte van verblijf of adreswijziging voor de Basisregistratie Personen, en ook werkgevers, verzekeraars, scholen en woningcorporaties accepteren het als onderbouwing van de woonsituatie. Het is geen wettelijk voorgeschreven formulier maar een onderhandse verklaring, en precies daar gaat het in de praktijk mis. Een te vage tekst levert een verzoek om aanvullende stukken op en kost u weken. Dit model bevat de gegevens die een gemeenteambtenaar of dossierbehandelaar zonder vervolgvragen accepteert.

Conform

Nederlands recht 2026

50.000+ klanten

vertrouwen op ons

Voordelig

Vanaf € 4,90 / document

Veilige betaling

Direct downloaden

Verklaring van inwoning volgens artikel 2.38 Wet BRP

Veilige betaling

Model invullen

Wat is een verklaring van inwoning?

Een verklaring van inwoning is een door beide partijen ondertekend geschrift waarin de hoofdbewoner bevestigt dat een met name genoemde persoon vanaf een bepaalde datum op zijn woonadres verblijft, en waarin die persoon dat bevestigt. Zij schept geen recht op de woning en verandert niets aan de huurovereenkomst of de eigendom, maar legt een feitelijke woonsituatie vast op het moment dat niemand daar nog over twist. Juridisch is dat een onderhandse akte in de zin van artikel 156 Rv: een ondertekend geschrift, bestemd om tot bewijs te dienen.

Verwar het document niet met stukken die erop lijken. De toestemmingsverklaring van de hoofdbewoner bij het gemeentelijke verhuisformulier gaat alleen over de instemming met de inschrijving; de verklaring van inwoning beschrijft daarnaast de aard en de duur van het verblijf. Een samenlevingscontract regelt vermogensrechtelijke gevolgen tussen partners en heeft een andere functie. Medehuurderschap ontstaat uitsluitend via artikel 7:267 BW, nooit door een onderlinge verklaring. En wie alleen post wil ontvangen zonder er te wonen, heeft een instemmingsverklaring van de briefadresgever nodig op grond van artikel 2.45 lid 2 Wet BRP. Bij de overige verklaringen en volmachten voor particulieren staat per model welk doel het dient.

1

Juridisch kader

De verklaring ontleent haar praktische waarde aan de Wet basisregistratie personen. Iedere ingezetene moet op een adres staan ingeschreven, met strakke termijnen. Wie zich voor het eerst in Nederland vestigt, meldt zich op grond van artikel 2.38 Wet BRP in persoon bij het college van burgemeester en wethouders van zijn nieuwe woongemeente. Die melding moet uiterlijk op de vijfde dag na aanvang van het verblijf plaatsvinden. Bij een verhuizing binnen Nederland geldt artikel 2.39 Wet BRP: aangifte bij de gemeente van het nieuwe adres, niet eerder dan vier weken vóór de verhuizing en uiterlijk op de vijfde dag erna. De verklaring van inwoning is niet de aangifte zelf, maar het bewijsstuk dat haar ondersteunt.

De sanctiekant wordt stelselmatig onderschat. Artikel 4.17 Wet BRP maakt een bestuurlijke boete mogelijk bij overtreding van de artikelen 2.38 en 2.39, en treft onder b uitdrukkelijk de gelegenheidsgever: ook de hoofdbewoner die bewust toelaat dat iemand op zijn adres wordt ingeschreven terwijl hij weet dat dit onjuist is, riskeert een boete. Loopt het verder uit de hand, dan komt artikel 225 Sr over valsheid in geschrifte in beeld. Alle verplichtingen van de burger staan in hoofdstuk 2 van de officiële tekst van de Wet basisregistratie personen op wetten.overheid.nl.

Bewijsrechtelijk werkt het document op twee niveaus. Tussen de ondertekenaars levert een onderhandse akte dwingend bewijs op van wat een partij ten behoeve van de wederpartij verklaart, aldus artikel 157 lid 2 Rv. Tegenover een derde geldt de vrije bewijswaardering van artikel 152 lid 2 Rv: de ambtenaar weegt de verklaring naast het huurcontract en een eventueel adresonderzoek. Let ook op de privacykant, want het burgerservicenummer mag op grond van artikel 46 UAVG alleen worden gebruikt waar de wet dat voorschrijft.

2

Wanneer heeft u een verklaring van inwoning nodig?

Het klassieke geval is de partner of het volwassen kind dat intrekt en zich binnen de wettelijke termijn moet laten inschrijven. De gemeente vraagt dan vrijwel altijd om schriftelijke instemming van de hoofdbewoner, een kopie van diens identiteitsbewijs en soms het huurcontract of de eigendomsakte. Daarnaast komt de verklaring terug bij mantelzorg en bij een student of expat die zich na een periode in het buitenland opnieuw vestigt. Buiten het gemeentehuis duikt het stuk vaker op dan verwacht: bij banken en verzekeraars die een afwijkend woonadres zien, bij scholen en leerlingenvervoer, en bij werkgevers die een verhuiskostenvergoeding onderbouwd willen zien.

Twee situaties verdienen aandacht. De eerste is het adresonderzoek. Staat er iemand ingeschreven die er volgens de gemeente niet woont, dan volgt onderzoek en uiteindelijk ambtshalve uitschrijving; een gedateerde verklaring, opgesteld op het moment van intrek, is dan het sterkste tegenbewijs. De tweede is de hoofdbewoner die zelf huurt. Dan gaat er een schriftelijk verzoek aan de verhuurder aan vooraf. Rammelen die afspraken, breng dan eerst de huurovereenkomst voor zelfstandige woonruimte op orde. Kan de hoofdbewoner niet zelf tekenen, dan is een algemene volmacht op grond van Boek 3 BW de aangewezen route.

3

Belangrijke onderdelen van ons model

  • De identificatie van beide partijen gaat verder dan naam en adres. Het model vraagt ook om geboortedatum en geboorteplaats, zodat de gemeente de persoon in de registratie terugvindt zonder aanvullende stukken op te vragen. Het burgerservicenummer blijft bewust optioneel.
  • Het adres en de aard van de woonruimte worden apart beschreven. Inwoning in een zelfstandige woning met gedeelde voorzieningen is iets anders dan het gebruik van één kamer met eigen sanitair, en dat verschil stuurt de beoordeling door gemeente en verhuurder.
  • De ingangsdatum en de duur staan expliciet in de tekst, met de keuze tussen bepaalde en onbepaalde tijd. Een verklaring zonder einddatum kan prima, mits erin staat dat partijen de inwoning met een opzegtermijn kunnen beëindigen.
  • De afspraak over een vergoeding wordt het vaakst overgeslagen. Betaalt de inwonende niets, dan legt u dat zo vast; betaalt hij een bijdrage in de woonlasten of een commerciële prijs, dan verandert dat de beoordeling van de woonsituatie. Leent u daarnaast geld voor een borg of een verhuizing, gebruik dan een aparte geldleningsovereenkomst tussen particulieren.
  • De instemming van de eigenaar of verhuurder krijgt een eigen ondertekeningsblok. Bij een huurwoning is dat geen formaliteit, want artikel 7:244 BW verbiedt de huurder van woonruimte in beginsel om het gehuurde aan een ander in gebruik te geven.
  • De dagtekening en de handtekeningen sluiten het document af, met een korte passage waarin beide partijen verklaren de gevolgen van de inschrijving voor toeslagen, uitkeringen en gemeentelijke heffingen te kennen.
4

Regionale aandachtspunten per gemeente

Amsterdam hanteert een strikte huisvestingsverordening. Zodra een zelfstandige woning wordt gedeeld door meerdere volwassenen zonder onderlinge gezinsband, kan de gemeente dit aanmerken als woningdelen waarvoor een omzettingsvergunning nodig is op grond van artikel 21 lid 1 onder c Huisvestingswet 2014. Inwoning door een partner of een eigen kind valt daar doorgaans buiten, maar de grens is smal en er wordt actief gehandhaafd. Voeg de eigendomsakte of het huurcontract standaard bij.

Rotterdam kent bovenop de Huisvestingswet de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, in de praktijk de Rotterdamwet genoemd. In de door de minister aangewezen straten en complexen kan de gemeente op grond van de artikelen 8, 9 en 10 van die wet een huisvestingsvergunning eisen, een inkomenseis stellen en screenen op eerdere overlast. Reken er in zo'n gebied op dat de gemeente meer verlangt dan twee handtekeningen.

Den Haag en Utrecht leggen het accent op woningvorming en kamergewijze verhuur. Beide steden werken met onttrekkings- en omzettingsvergunningen en controleren adressen waar het aantal inschrijvingen niet past bij de omvang van de woning. In studentensteden als Groningen en Nijmegen gelden bovendien quota per straat of pand.

Kleinere gemeenten vragen doorgaans niet meer dan de ondertekende verklaring, een kopie van het identiteitsbewijs van de hoofdbewoner en het bewijs dat deze de woning huurt of bezit. Dat maakt de zaak niet vrijblijvend, want ook daar geldt de aangiftetermijn en loopt de gelegenheidsgever risico. Raadpleeg altijd de actuele huisvestingsverordening van uw gemeente en kijk bij een huurwoning na wat de vastgoedmodellen conform Boek 7 BW over ingebruikgeving bepalen.

5

Hoe vult u de verklaring van inwoning in?

U begint met uw rol: hoofdbewoner of inwonende. Die keuze bepaalt de volgorde van de vragen en de formulering van de verklaring, want wie tekent als hoofdbewoner draagt de zwaarste verantwoordelijkheid. Daarna vult u de gegevens van beide personen in en geeft u aan of de woning wordt gehuurd of in eigendom is. Bij een huurwoning verschijnt een extra blok voor de verhuurder of woningcorporatie, met de verwijzing naar artikel 7:244 BW in de tekst zelf. Vraag die toestemming schriftelijk en laat de eigenaar dezelfde datum aanhouden als op de verklaring. Vervolgens legt u de ingangsdatum vast, kiest u tussen bepaalde en onbepaalde duur en beantwoordt u de vraag over een eventuele vergoeding. Tot slot geeft u aan voor welke instantie het document bestemd is, zodat het model bepaalt of het burgerservicenummer wordt opgenomen en welke bijlagen in de tekst worden genoemd. Het resultaat downloadt u in Word en PDF. Onderteken beide exemplaren, bewaar er zelf een en voeg het andere toe aan uw verhuisaangifte of aan het dossier van de instantie die erom vroeg. Controleer voor het versturen nog één keer of de ingangsdatum op de verklaring gelijk is aan de datum die u bij de gemeente opgeeft.

6

Veelgemaakte fouten

De ernstigste fout is een ingangsdatum die niet klopt. Vul nooit een datum in die vóór de feitelijke intrek ligt, ook niet om een gemiste termijn te repareren. De gemeente vergelijkt de verklaring met de aangifte en met eerdere registraties, en een tegenstrijdigheid leidt tot adresonderzoek in plaats van tot een snelle inschrijving. Daarnaast wordt bij een huurwoning de handtekening van eigenaar of verhuurder vaak overgeslagen. Zonder die handtekening ontbreekt de basis onder de ingebruikgeving en riskeert de huurder een discussie over toerekenbare tekortkoming.

Een derde klassieker is het meesturen van een ongeschermde kopie van het identiteitsbewijs, met zichtbaar burgerservicenummer, terwijl de ontvanger daar niet om mocht vragen. Verder zien we regelmatig dat partijen de verklaring netjes opstellen en vervolgens de aangifte bij de gemeente vergeten; het document heeft geen zelfstandige werking richting de registratie en de termijn van vijf dagen loopt gewoon door. Tot slot wordt de verklaring soms gepresenteerd als bewijs van medehuurderschap, wat zij niet is. Meld de wijziging ook zelf bij de Belastingdienst en bij een eventuele uitkeringsinstantie, want een correctie achteraf leidt bijna altijd tot terugvordering.

Belangrijkste punten om te onthouden

TERMIJN

Meld verblijf binnen vijf dagen

De verklaring van inwoning helpt bij de inschrijving in de Basisregistratie Personen, maar vervangt de aangifte niet. Wie zich (voor het eerst) vestigt, moet op grond van artikel 2.38 Wet BRP uiterlijk op de vijfde dag na aanvang van het verblijf in persoon melden. Bij verhuizing binnen Nederland geldt artikel 2.39 Wet BRP: uiterlijk op de vijfde dag na de verhuizing.

BETEKENIS

Bewijst feitelijk wonen, geen woonrecht

Dit is een onderhandse verklaring met volledige adresgegevens, ingangsdatum en twee handtekeningen. Het legt de feitelijke woonsituatie vast en kan worden gevraagd door gemeente, werkgever, verzekeraar, school of woningcorporatie. Het creëert geen medehuurderschap en wijzigt niets aan huur of eigendom: medehuurderschap kan alleen via artikel 7:267 BW, niet via een onderlinge verklaring.

RISICO

Onjuiste inschrijving kan boete opleveren

De sancties worden vaak onderschat. Artikel 4.17 Wet BRP maakt een bestuurlijke boete mogelijk bij overtreding van de inschrijvingsregels, en die kan óók de hoofdbewoner raken als hij bewust toestaat dat iemand onjuist op zijn adres staat ingeschreven. Loopt het uit op bewust vervalsen, dan kan artikel 225 Sr (valsheid in geschrifte) in beeld komen.

Veelgestelde vragen

De verklaring bindt de twee ondertekenaars. Als onderhandse akte levert zij op grond van artikel 157 lid 2 Rv dwingend bewijs op van wat een partij ten behoeve van de ander heeft verklaard, dus de hoofdbewoner kan later niet volhouden dat hij nergens van wist. Tegenover de gemeente ligt dat anders: die weegt het stuk vrij, naast het huurcontract en de eigen registratie. Een gang naar de notaris is niet nodig. De verklaring geeft geen huurbescherming, wel een sterk bewijsmiddel over de woonsituatie.

U ontvangt de verklaring in Word en in PDF. De PDF gebruikt u voor het loket van de gemeente en voor instanties die een ondertekend bestand willen; de Word-versie is er voor het geval u een clausule moet aanpassen, bijvoorbeeld omdat de verhuurder een eigen formulering eist. Beide versies bevatten dezelfde ondertekeningsblokken. In het volledige aanbod aan Nederlandse modeldocumenten werkt elk model op dezelfde manier.

Vijf dagen. Bij een verhuizing binnen Nederland doet de inwonende aangifte bij de gemeente van het nieuwe adres, niet eerder dan vier weken vóór de verhuizing en uiterlijk op de vijfde dag erna, zo bepaalt artikel 2.39 Wet BRP. Vestigt iemand zich vanuit het buitenland, dan geldt artikel 2.38 Wet BRP en moet hij zich binnen vijf dagen na aanvang van het verblijf in persoon melden. Die termijn is hard, en overschrijding kan op grond van artikel 4.17 Wet BRP worden beboet.

Meestal wel, en schriftelijk is altijd verstandig. Artikel 7:244 BW bepaalt dat de huurder van woonruimte het gehuurde niet geheel of gedeeltelijk aan een ander in gebruik mag geven. Er is één uitzondering: de huurder van een zelfstandige woning die daar zijn hoofdverblijf houdt, mag een deel van die woning afstaan. Woningcorporaties stellen daarnaast eigen voorwaarden en vragen doorgaans een apart verzoek om toestemming voor inwoning. Ingebruikgeving zonder toestemming kan een grond voor ontbinding van de huurovereenkomst opleveren.

De inschrijving verandert de samenstelling van uw huishouden. Voor de huurtoeslag telt het inkomen van een medebewoner mee, wat de toeslag kan verlagen of laten vervallen. Ontvangt u bijstand, dan speelt de kostendelersnorm van de artikelen 19a en 22a Participatiewet. Sinds de wetswijziging van januari 2023 tellen huisgenoten jonger dan 27 jaar niet meer mee als kostendelende medebewoner, die van 27 jaar en ouder wel. Reken het effect vooraf door en meld de wijziging zelf.

Nee, en de tekst sluit dat uitdrukkelijk uit. Medehuurderschap ontstaat alleen langs de weg van artikel 7:267 BW, waarbij de verhuurder of de kantonrechter beoordeelt of sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Eigendom verandert al helemaal niet door een verklaring tussen bewoners. De inwonende heeft na afloop geen zelfstandig verblijfsrecht in de woning, wat ook verklaart waarom een correcte einddatum of opzegtermijn zich terugbetaalt op het moment dat de situatie verandert.

4.7/5

18 geverifieerde beoordelingen · 50 000+ downloads

Verklaring van inwoning volgens artikel 2.38 Wet BRP
  • Directe toegang tot het document
  • Download als PDF en Word
  • Conform de wetgeving van 2026
  • Gecontroleerd door juristen
Model invullen
Veilige betaling
Bijgewerkt op 7 augustus 2026

Dit vindt u misschien ook interessant

Schuldbekentenis opstellen
Ingebrekestelling wanprestatie