Dagelijkse zaken

Geldleningsovereenkomst volgens artikel 7:129 BW | Model

Model geldleningsovereenkomst tussen particulieren conform titel 2C Boek 7 BW: schriftelijk rentebeding, aflossingsschema, opeisbaarheid en zekerheden.
4.8/518 beoordelingen50 000+ downloadsDirect downloaden
Delen

Een geldleningsovereenkomst tussen particulieren legt vast wie hoeveel leent, tegen welke rente en volgens welk aflossingsschema het geld terugkomt. Binnen familie- en vriendenkring gaat het zelden om kleine bedragen: een aanvulling op de hypotheek, startkapitaal voor een onderneming, een overbrugging na een scheiding. Zolang de verhoudingen goed zijn, lijkt een appje voldoende. Zodra een aflossing wordt overgeslagen of een van beide partijen overlijdt, telt uitsluitend wat er op papier staat. Dit model, in de praktijk ook schuldbekentenis genoemd, bevat de bepalingen die het Nederlandse recht verlangt om de vordering afdwingbaar te houden, plus de gegevens die de Belastingdienst nodig heeft om vast te stellen dat er een lening is verstrekt en geen schenking is gedaan.

Conform

Nederlands recht 2026

50.000+ klanten

vertrouwen op ons

Voordelig

Vanaf € 4,90 / document

Veilige betaling

Direct downloaden

Geldleningsovereenkomst volgens artikel 7:129 BW | Model

Veilige betaling

Model invullen

Wat is een geldleningsovereenkomst tussen particulieren?

Een geldlening is volgens artikel 7:129 lid 1 BW de kredietovereenkomst waarbij de uitlener zich verbindt een som geld te verstrekken en de lener zich verbindt een overeenkomstige som terug te betalen. Die terugbetalingsverplichting is het enige echte kenmerk. Ontbreekt zij, dan is er geen lening maar een gift, met alle gevolgen voor de schenkbelasting van dien. Lenen twee particulieren die geen van beiden beroeps- of bedrijfsmatig handelen, dan gelden de regels voor consumentenkrediet uit titel 7.2A BW niet: geen kredietwaardigheidstoets, geen BKR-registratie, geen vergunningplicht. Alles hangt dus af van wat partijen zelf hebben opgeschreven.

Het onderscheid met de klassieke schuldbekentenis is meer dan taalkundig. Een tweezijdige overeenkomst waarin beide partijen verplichtingen aangaan, levert tussen hen dwingend bewijs op zodra zij is ondertekend (artikel 157 lid 2 Rv). Een eenzijdig stuk waarin alleen de lener verklaart een bedrag schuldig te zijn, valt onder artikel 158 lid 1 Rv en heeft slechts vrije bewijskracht, tenzij de lener de akte volledig met de hand heeft geschreven of van een handgeschreven goedkeuring heeft voorzien waarin het bedrag voluit in letters staat. Dat goedschrift is geen formaliteit uit een ander tijdperk, maar het verschil tussen een rechter die uw vordering als vaststaand aanneemt en een rechter die vrij is er anders over te oordelen. Ons model is tweezijdig opgezet en laat ruimte voor een goedschrift. Verwante modellen staan bij de documenten voor dagelijkse juridische zaken.

1

Wettelijk kader

De geldlening is geregeld in de artikelen 7:129 tot en met 7:129f BW, titel 2C van Boek 7. Die bepalingen zijn kort, grotendeels van regelend recht, en precies daarom onderschat. Artikel 7:129b BW bepaalt dat de overeenkomst de uitlener die niet beroeps- of bedrijfsmatig handelt pas bindt zodra het geld is verstrekt of de afspraak schriftelijk is vastgelegd. Een mondelinge toezegging om te gaan lenen is dus niet afdwingbaar. Belangrijker nog is artikel 7:129c BW: leent de ene particulier aan de andere, dan is geen rente verschuldigd tenzij dit schriftelijk is bedongen, omdat de wetgever zo'n lening in beginsel als vriendendienst ziet. Wie de rente alleen mondeling afspreekt, kan die achteraf niet opeisen. Is rente wel schriftelijk overeengekomen maar het percentage niet bepaald, dan geldt via artikel 7:129d BW de wettelijke rente van artikel 6:119 BW. De volledige tekst staat in de officiële publicatie van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op wetten.overheid.nl.

Over de terugbetaling zwijgen partijen opvallend vaak. Dan grijpt artikel 7:129e BW in: de lener moet terugbetalen binnen zes weken nadat de uitlener heeft meegedeeld tot opeising over te gaan. Is afgesproken dat wordt terugbetaald zodra de lener daartoe in staat is, dan mag de rechter op grond van artikel 7:129f BW het moment van opeisbaarheid bepalen. De vordering verjaart na vijf jaar (artikel 3:307 lid 1 BW), gerekend vanaf de opeising. Fiscaal wacht nog een val: een renteloze of laagrentende lening die direct opeisbaar is, levert op grond van artikel 15 Successiewet 1956 jaarlijks een fictieve schenking op van zes procent van de hoofdsom, verminderd met de werkelijk betaalde rente.

2

Wanneer heeft u dit document nodig?

De meest voorkomende aanleiding is de familiebank bij een woningaankoop. Ouders vullen aan wat de bank niet financiert, en dat bedrag moet aantoonbaar een lening zijn, anders herkwalificeert de inspecteur het als schenking. Daarna volgt de startende ondernemer die geen bancair krediet krijgt en bij een oom of oud-collega aanklopt. Een derde scenario speelt na een relatiebreuk, wanneer één partner de ander uitkoopt en het verschil tijdelijk bij familie leent.

Twee situaties gaan in de praktijk het vaakst mis. De eerste is de lening aan een meerderjarig kind terwijl er broers en zussen zijn: bij overlijden van de uitlener hoort de restschuld tot de nalatenschap en wordt zij verrekend met het erfdeel van de lener. Zonder document valt er niets te verrekenen en betalen de andere kinderen de rekening. De tweede is de lening aan iemand die in gemeenschap van goederen is gehuwd, waarbij de schuld in beginsel in die gemeenschap valt. Laat de partner van de lener daarom meetekenen, ook als dat juridisch niet strikt vereist is.

3

Kernbepalingen in ons model

  • De hoofdsom en de datum van verstrekking worden apart benoemd, met de wijze van uitbetaling erbij. Een bankoverboeking met duidelijke omschrijving is het bewijsstuk waar het bij een geschil op aankomt; contante verstrekking is toegestaan maar praktisch onbewijsbaar.
  • Het rentebeding legt percentage, berekeningsgrondslag en betaalmomenten schriftelijk vast. Dat is wat artikel 7:129c BW verlangt en wat bij familieleningen de fictieve schenking van artikel 15 SW 1956 voorkomt.
  • Het aflossingsschema bepaalt in welke termijnen en op welke data wordt afgelost, met de keuze tussen annuïtair, lineair en aflossing ineens. Voor een lening die als eigenwoningschuld moet gelden is een ten minste annuïtair schema van maximaal 360 maanden verplicht.
  • De opeisbaarheid bij achterstand noemt de gronden waarop de restschuld ineens opeisbaar wordt: een achterstand van een bepaald aantal termijnen, faillissement of schuldsanering, verkoop van het onderpand, vertrek naar het buitenland. Zonder zo'n beding valt u terug op de wettelijke termijn.
  • De clausule over vervroegde aflossing geeft de lener het recht boetevrij extra af te lossen en regelt wat er dan met het schema gebeurt. Bij de familiebank wordt deze bepaling het vaakst vergeten.
  • De zekerheden en het verzuim sluiten het model af, met eventueel een hypothecaire inschrijving, een pandrecht of een borgstelling, en met de vaststelling dat het verzuim bij overschrijding van een betaaldatum van rechtswege intreedt (artikel 6:83 sub a BW). Modellen voor de bijbehorende ingebrekestelling staan bij de documenten voor bedrijfsbeheer en zakelijke correspondentie.
4

Aandachtspunten per situatie

De lening voor de eigen woning. Wil de lener de rente aftrekken, dan moet de lening kwalificeren als eigenwoningschuld in de zin van artikel 3.119a Wet IB 2001. Dat vereist een contractuele verplichting om ten minste annuïtair en in ten hoogste 360 maanden volledig af te lossen (artikel 3.119c Wet IB 2001), en die verplichting moet ook feitelijk worden nagekomen. Omdat een familielid geen aangewezen administratieplichtige is, geldt daarbovenop de informatieplicht van artikel 3.119g Wet IB 2001: de kerngegevens van de lening horen jaarlijks in de aangifte inkomstenbelasting. Wordt een jaar te weinig afgelost, dan verhuist de schuld in beginsel naar box 3 en vervalt de renteaftrek. Voor een hypotheekrecht op de woning is een notariële akte nodig; het overige papierwerk rond de woning vindt u bij de huurovereenkomsten en vastgoeddocumenten.

De lening aan een ondernemende naaste. Leent u aan iemand met een eenmanszaak, dan leent u aan die persoon privé en is zijn volledige vermogen aansprakelijk. Leent u aan een bv, dan is de vennootschap uw wederpartij en is een persoonlijke borgstelling van de bestuurder vrijwel altijd nodig om enige zekerheid te hebben. Let ook op achterstelling: banken en leveranciers verlangen regelmatig dat de familielening wordt achtergesteld, zodat u pas aan de beurt komt als zij zijn voldaan. De stukken rond de vennootschapsstructuur staan bij de modellen om een bv of eenmanszaak op te richten.

De lening tussen partners en samenwoners. Ook tussen echtgenoten en geregistreerd partners kan artikel 15 SW 1956 toeslaan bij een renteloze, direct opeisbare lening. Bij samenwoners zonder samenlevingscontract is de overeenkomst vaak het enige bewijs dat een van beiden meer heeft ingebracht. Leg daarom vast waarvoor het bedrag is bestemd en hoe wordt afgerekend als de relatie eindigt. Een lening die niet is vastgelegd, wordt bij een breuk standaard als schenking gepresenteerd door de ontvangende partij.

De lening met erfrechtelijke gevolgen. Overlijdt de uitlener, dan gaat de vordering over op de erfgenamen, die daarmee schuldeiser van hun eigen broer of zus worden. Een kwijtscheldingsbeding bij overlijden is mogelijk, maar telt fiscaal als verkrijging en verandert dus de erfbelasting.

5

Hoe vult u de geldleningsovereenkomst in?

U begint met de gegevens van beide partijen, inclusief geboortedatum en burgerlijke staat, omdat die bepalen of een handtekening van de partner wenselijk is. Daarna volgen de hoofdsom en de datum waarop het bedrag is of wordt overgemaakt. Het formulier vraagt vervolgens of er rente wordt bedongen; kiest u daarvoor, dan legt u percentage en betaalfrequentie vast en past de tekst zich aan zodat aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Bij het aflossingsschema kiest u tussen annuïtair, lineair of aflossing ineens, waarna u de looptijd en de eerste vervaldatum invult. Geeft u aan dat de lening dient voor een eigen woning, dan wordt de annuïtaire variant voorgesteld en worden de gegevens opgenomen die later voor de aangifte nodig zijn. In het laatste blok legt u opeisingsgronden, zekerheden en forumkeuze vast. Het resultaat downloadt u direct, klaar voor ondertekening in tweevoud. Het volledige aanbod staat in het overzicht van alle juridische modeldocumenten.

6

Veelgemaakte fouten

De klassieker is de lening zonder schriftelijk rentebeding. Partijen spreken mondeling een percentage af, de lener betaalt twee jaar netjes en stopt daarna, en de uitlener ontdekt dat artikel 7:129c BW hem het recht op rente ontzegt. Bijna even vaak ontbreekt een terugbetaaldatum, waardoor eerst formeel moet worden opgeëist en zes weken moeten verstrijken voordat er iets opeisbaar is. Een derde fout is de vage formulering dat wordt terugbetaald zodra het kan, die de deur openzet naar een procedure in plaats van naar betaling. En dan is er nog het contante briefje van duizend, zonder bankafschrift praktisch onbewijsbaar.

Fiscaal gaat het vooral mis bij de familiebank. Een renteloze lening aan een kind voelt genereus, maar levert onder artikel 15 SW 1956 jaarlijks een fictieve schenking op zodra de lening direct opeisbaar is. Even schadelijk is het vergeten van de jaarlijkse informatieplicht bij de aangifte, waarmee de renteaftrek van de lener in één klap vervalt. Tot slot laten uitleners hun vordering verjaren: vijf jaar na de opeising is zij verlopen, tenzij tijdig gestuit met een aangetekende brief.

Belangrijkste punten om te onthouden

Kernbegrip

Zonder terugbetalingsplicht is het geen lening

Een geldlening in de zin van artikel 7:129 lid 1 BW bestaat alleen als de lener zich verplicht hetzelfde bedrag terug te betalen. Ontbreekt die afspraak, dan lijkt het al snel op een gift, met mogelijke gevolgen richting schenkbelasting. Zet daarom het leenbedrag en de terugbetalingsverplichting expliciet op papier, zeker bij familie of vrienden waar ‘even overmaken’ anders later discussie oproept.

Rente

Rente telt alleen als het schriftelijk is

Tussen particulieren is geen rente verschuldigd tenzij rente schriftelijk is bedongen (artikel 7:129c BW). Een mondeling rentepercentage klinkt duidelijk, maar is achteraf niet opeisbaar. Spreek je wel rente af maar zonder percentage, dan kan via artikel 7:129d BW de wettelijke rente van artikel 6:119 BW gaan gelden. Noteer dus expliciet het percentage en vanaf wanneer rente loopt.

Bewijs & termijnen

Kies voor een tweezijdige akte en bewaak opeising

Een tweezijdig ondertekende overeenkomst levert tussen partijen dwingend bewijs op (artikel 157 lid 2 Rv), terwijl een eenzijdige schuldbekentenis vaak minder bewijskracht heeft (artikel 158 lid 1 Rv), tenzij er een handgeschreven goedkeuring is. Leg ook terugbetaling vast: als er niets is afgesproken, moet de lener binnen zes weken na opeising betalen (artikel 7:129e BW). Daarna gaat de verjaring lopen: vijf jaar vanaf opeising (artikel 3:307 lid 1 BW).

Veelgestelde vragen

Ja. Een lening tussen particulieren is vormvrij en komt tot stand door de afspraak en de verstrekking van het geld. Zodra u haar schriftelijk vastlegt en beide partijen tekenen, ontstaat een onderhandse akte die tussen u dwingend bewijs oplevert (artikel 157 lid 2 Rv). Een notaris is niet nodig. Laat de lener het bedrag wel voluit in letters bijschrijven, zodat de akte ook de toets van artikel 158 Rv doorstaat.

U ontvangt het document als PDF en als Word-bestand. De PDF drukt u direct af om in tweevoud te ondertekenen, met een exemplaar voor elke partij. Het Word-bestand gebruikt u wanneer u bepalingen wilt toevoegen of aanpassen, bijvoorbeeld een borgstelling door een derde of een eigen regeling voor vervroegde aflossing.

Dat bepaalt u zelf, en dat is precies waarom u de overeenkomst opstelt. Heeft u niets afgesproken, dan geldt artikel 7:129e BW: de lener moet terugbetalen binnen zes weken nadat u hem heeft laten weten de lening op te eisen. Stuur die mededeling aangetekend. Spreekt u wel een vaste vervaldatum af, dan treedt het verzuim in zodra die dag zonder betaling verstrijkt (artikel 6:83 sub a BW).

Rente is niet verplicht, maar wie rente wil ontvangen legt dit schriftelijk vast; anders is er niets verschuldigd (artikel 7:129c BW). Een wettelijk maximum bestaat tussen particulieren niet. Wel is er een fiscale ondergrens: bij een direct opeisbare lening met geen of een lage rente neemt artikel 15 SW 1956 jaarlijks een schenking aan van zes procent van de hoofdsom, verminderd met de betaalde rente.

Meestal wel. Voor de uitlener is de vordering een bezitting in box 3, voor de lener is de schuld daar een aftrekpost. Gaat het om een lening voor de eigen woning en wil de lener de rente aftrekken, dan gelden de aflossingseis van artikel 3.119c Wet IB 2001 en de informatieplicht van artikel 3.119g Wet IB 2001: de kerngegevens horen jaarlijks in de aangifte.

Dat kan, met één aandachtspunt. De wederpartij is de rechtspersoon en niet het bestuurslid dat tekent. Controleer in de statuten of de ondertekenaar bevoegd is de vereniging of stichting te binden en of het bestuur toestemming van de algemene vergadering nodig heeft. Neem het KVK-nummer op. Statuten en notulen vindt u bij de modellen voor verenigingen en stichtingen.

Stuur eerst een schriftelijke aanmaning waarin u een redelijke termijn stelt en de achterstand exact benoemt. Blijft betaling uit, dan roept u de opeisingsclausule in en wordt de restschuld ineens opeisbaar. Bewaar alle correspondentie: die vormt samen met de overeenkomst en de bankafschriften uw dossier. Stuit de verjaring van vijf jaar uit artikel 3:307 BW tijdig met een aangetekende brief.

4.8/5

18 geverifieerde beoordelingen · 50 000+ downloads

Geldleningsovereenkomst volgens artikel 7:129 BW | Model
  • Directe toegang tot het document
  • Download als PDF en Word
  • Conform de wetgeving van 2026
  • Gecontroleerd door juristen
Model invullen
Veilige betaling
Bijgewerkt op 7 augustus 2026

Dit vindt u misschien ook interessant

Koopovereenkomst tweedehands auto particulier
Bezwaarschrift verkeersboete