Personenauto's vormen de eenvoudigste categorie, omdat de RDW voor deze voertuigen een oordeel geeft over de reeks geregistreerde tellerstanden. Erkende bedrijven melden standen bij de APK, bij onderhoud en bij elke tenaamstelling, waardoor een auto tientallen registraties opbouwt. Een reeks die overal oploopt krijgt het oordeel logisch; zodra een stand lager is dan een eerdere meting, luidt het oordeel onlogisch. Leg dat oordeel expliciet vast: bij een latere discussie over tellerfraude scheelt dat het verschil tussen een vermoeden en een bewijsstuk.
Motoren kennen een afwijkend regime. De RDW geeft over motoren geen tellerstandoordeel, omdat er te weinig standen bekend zijn om betrouwbaar te oordelen. Het verbod op tellermanipulatie strekt zich sinds de verruiming van artikel 23j van het Besluit voertuigen wel uit tot de rijbewijscategorieën A, A1 en A2. Onderhoudshistorie en facturen wegen hier dus zwaarder dan bij een auto, en het contract hoort die stukken als bijlage te noemen.
Caravans en aanhangwagens vragen de meeste aandacht. Boven een toegestane maximummassa van 750 kilogram is een kenteken verplicht en verloopt de overdracht als bij een auto. Daaronder bestaat geen kentekenplicht, dus is er geen tenaamstelling en geen vrijwaringsbewijs waarop de verkoper kan terugvallen. De koopovereenkomst is dan het enige bewijs dat de aanhanger op een bepaalde datum is overgedragen, wat meetelt bij schade of diefstal na de verkoop.
Oldtimers en importvoertuigen verdienen een aparte alinea in de bijlage. Bij ingevoerde voertuigen luidt het RDW-oordeel doorgaans dat er geen oordeel is vanwege invoer, omdat de meeste Europese landen geen sluitende tellerregistratie kennen, en het aandeel importauto's met een onlogische stand ligt naar schatting fors hoger. Bij oldtimers spelen daarnaast de authenticiteit van onderdelen en de restauratiehistorie, punten die u beter vooraf benoemt dan achteraf bepleit.